Kevin naar beste resultaat ooit op het BK

Dat het BK in Oostende voor Kevin een zware kluif zou worden was vooraf al geweten. De omloop bevatte immers veel zand, zand waar er dan ook nog eens gelopen moest worden. Toch werd het een echte thriller voor de ere plaatsen. Dit wel achter een ongenaakbare en verdiende kampioen, Wout van Aert.

Meteen vanaf de start was het duidelijk dat het Van Aert menens was. Hij trok vanaf de eerste meters de gashendel open en sloeg meteen een kloof. Ploegmakker Tim Merlier deed er achter hem alles aan om het gat zo groot mogelijk te laten worden. Kevin starte niet zo goed en reed als twaalfde de onwaarschijnlijk mooie brug over.

Na de eerste ronde diepte Van Aert zijn kloof zeer snel uit, deze zou al snel meer dan een minuut bedragen. Met zienbaar weinig moeite reed en liep hij naar zijn tweede titel op rij. Maar achter hem was de strijd ongemeen spannend. Kevin kwam in de eerste wedstrijdhelft niet in het verhaal voor. Het waren Merlier, Peeters, Vermeersch en Aerts die de dans leiden.

Ze deden één voor één verwoede pogingen om weg te raken en solo naar de tweede plaats te rijden. Maar niemand slaagde in dit opzet. Na half koers vond Kevin zijn ritme en reed renner na renner voorbij om zich richting de top drie te vechten. In de laatste drie ronden vormde hij samen met ploegmakker Vantourenhout en Sweeck de groep voor de overige twee medailles.

De drie heren proberden één voor één om elkaar de loef af te steken maar dat lukte niet. In de laatste zandpassage kwam zelfs Merlier nog terug. Vanthourenhout viel toen weg, hij voelde zijn krachten na de zware wedstrijd wegebben. In de hippodroom gooide Kevin een laatste bommetje en sloeg en gaatje op een vechtende Merlier en Sweeck.

Zo zou hij naar zijn beste resultaat ooit rijden en de zilveren medaille mee mogen nemen naar Kalmthout. Sweeck werd derde en een iet wat ontgoochelde Merlier vierde.

“Dit is plezant voor mij en voor de ploeg. Zilver, dat was vandaag het hoogst haalbare”, glimlachte hij met z’n eremetaal rond de nek.

“In de eerste ronden sukkelde ik zoveel in het zand dat ik geen deel uitmaakte van de achtervolgende groep op Van Aert. Het was misschien mijn geluk dat Wout zo snel wegreed en dat het achter zijn rug stilviel. Ik wist dat de wedstrijd nog lang was, en toen ik na een tijd Laurens Sweeck en Michael in zicht kreeg, besefte ik dat een medaille er nog in zat. Al werd het in de finale nog spannend toen ook Tim Merlier nog terugkeerde.”